Een jongens verhaal? Beurschepen, beurtdiensten, pakhuizen in IJlst, Zaandam, Groningen, Sneek en Enkhuizen. Een bedrijf vanaf 1700 met een grote geschiedenis en relatie met IJlst.
Rond 1990 kreeg Frits Boschma, geschiedschrijver van IJlst (1941-2020), een Groninger krant in handen waarin een foto stond van een graanpakhuis. Dit pakhuis, dat de naam Stad IJlst draagt, is gelegen aan de Eendrachtskade in de stad Groningen. Aanvankelijk lukte het niet de relatie te ontdekken tussen deze opslagplaats en IJlst. Noch de eigenaar, noch het Groninger stadsarchief konden hiervoor een verklaring geven. Naar aanleiding van een artikeltje in het blad Loeks kreeg Frits Boschma tenslotte toch de gouden tip. Het bleek namelijk dat dit pakhuis een tijdlang eigendom is geweest van een oude IJlster koopmansfamilie.
Aan de uiterlijke vorm van dit karakteristieke pakhuis veranderde nauwelijks iets. De verbouwing van Stad IJlst en de ernaast gelegen nieuwbouw, die in 1980 plaatsvond, werd ontworpen door architectenbureau Wasscher uit Winschoten. Ook elders aan de Eendrachtskade zal nog woningbouw worden gerealiseerd.

Frits Boschma heeft daarna naar verschillende instanties brieven geschreven om erachter te komen waarom dit gebouw deze bijzondere naam draagt, maar dit leverde niets op. De eigenaar had er ook geen verklaring voor. Het Nieuwsblad van het Noorden weigerde een oproep te plaatsen. Uiteindelijk lukte het een artikeltje te plaatsen in het blad Loeks.
Daarna kwam een briefkaart van de heer Nanne van der Meer uit Groningen. Hij schreef:
“In antwoord op uw vraag over het graanpakhuis Stad IJlst kan ik u het volgende mededelen. Op 16 augustus 1928 kocht mijn familie, die vroeger een rederij in IJlst had, het pakhuis van de firma Nieboer. De prijs was, inclusief de machinerieën, ƒ 80.000. Na een grondige verbouwing van ƒ 10.000 kreeg het pakhuis van mijn oud-oom Pieter de Jong Pzn. de naam Stad IJlst, ter herinnering aan zijn geboortestad. De in Groningen op de beurs gekochte zaden (bijvoorbeeld kanarie- en mosterdzaad) werden in het gebouw opgeslagen en verpakt. In 1973 werd het pakhuis door de huidige firmant F. van Deth, een kleinzoon van de koper, weer verkocht.”
De heer Van der Meer, schrijver van deze briefkaart, bracht Bosma bij een stamboom en een jubileumboekje van het bedrijf. Aan de hand hiervan kon er in het IJlster stadsarchief en het Rijksarchief te Leeuwarden nog verschillende gegevens worden opgespoort over zijn familie, die zo nauw met IJlst was verbonden.
Koopmansfamilie
Met de in de aanhef bedoelde koopmansfamilie wordt de familie De Jong bedoeld, van oudsher afkomstig uit de Friese Zuidwesthoek. De oudst bekende telg is Claas Pytters. Hij werd in 1700 geboren en huwde in 1731 te Koudum met Aaltje Lubbes. Zijn beroep was kofschipper en hij woonde te Molkwerum.
Diens zoon Pieter Clazes trouwde omstreeks 1770 met Sjoerdtje Lieuwes. Hun eerste zoon kreeg weer de oude naam Claas Pytters. Hij werd in 1772 te Molkwerum geboren, trouwde in 1795 met Yttje Lieuwkes de Jong en overleed in IJlst in 1837. Vanaf 1798 woonden Claas en Yttje in IJlst, want nadien werden hier verschillende kinderen geboren.
Op last van de Franse keizer moest iedereen in 1811 een achternaam aannemen. Dat gebeurde ook met deze familie: Klaas (hier dus met een K) Pieters, van beroep koopman, verklaarde dat hij de naam De Jong aannam, die hij vanouds voerde. Hij had drie kinderen: Pieter (11), Sjoerdtje (8) en Catrina (2).
Claas Pieters kocht op 30 april 1807 een “huizinge en erve staande bij de Stadsdraaibrug in IJlst”, op de hoek Popmawal-Galamagracht. Dit pand was later achtereenvolgens gereformeerde kerk, smederij en sportzaak van Teake en Klaas Visser en werd in 1978 afgebroken. Een nieuwe Rabobank werd hier gebouwd. Nu (2026) is het onderdeel van ‘het Wapen van IJlst’.

Later werd dit gebouw Gereformeerde kerk, smederij met woonhuis en sportzaak.
Deze foto is gemaakt op 10 augustus 1978; kort híerna volgde de afbraak.
De koopprijs bedroeg destijds 1600 Caroliguldens, “te betalen in suyver klinkend en goed gemunte silveren gulden”. In de koopakte wordt Klaas de Jong genoemd als koopman, lid van de raad en loco-burgemeester. In het pand kwamen een winkel, pakhuis en droogzolder voor granen en peulvruchten.
Klaas Pieters de Jong overleed in IJlst in 1837, 65 jaar oud. Zijn zoon Pieter zette het bedrijf voort.
Pieter Clazes de Jong (18-01-1878), die na het overlijden van zijn vader in 1837 de zaken voortzet, huwt in 1822 met Baukjen Tammes de Koe. Uit dit huwelijk worden acht kinderen geboren.
De Jong is koopman, schipper en lid van de gemeenteraad. Hij trekt zich in de loop der jaren terug uit het bedrijf en zijn vier zoons nemen de zaak over. Uit een akte van scheiding blijkt dat de broers in 1866 uit elkaar gaan. De firma De Jong heeft inmiddels ook vestigingen in Sneek en Enkhuizen. Het oorspronkelijke hoofdkantoor te IJlst, hoek Popmawal/Galamagracht, wordt in 1877 verkocht.
In het begin van 1900 gaat men zich toeleggen op handel in zaden en peulvruchten. Er worden pakhuizen in Groningen gekocht, te weten Stad IJlst en Rust Roest. Met de firma Van Gelder wordt in 1938 een samenwerkingsverband aangegaan. In 1973 wordt de veevoederfabriek te Zaandam aangekocht en verbouwd. De totale bedrijfsvoering vindt voortaan plaats vanuit Zaandam. Een brand verwoest in 1977 een deel van de fabriek, maar op de oude fundamenten wordt een modern complex gebouwd.
Zeilschepen
Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog heeft Pieter Pietersz. De Jong (1876-1946) uitgebreide familieaantekeningen gemaakt. De gegevens in dit artikel zijn er voor een groot deel aan ontleend.
De namen van de eerder genoemde vier broers waren: Claas, geboren 1824; Tamme, geboren 1826; Cornelis, geboren 1830; en Pieter, geboren 1836. Zij hadden ieder een zeilschip en vervoerden hun eigen koopwaren, zoals granen, kaas en boter, naar Holland. Daar kochten ze weer peulvruchten, lijnkoeken en groenten, die in Friesland en Groningen aan de man gebracht werden.
In 1866 gingen de broers uit elkaar. Zij hadden toen graanpakhuizen in IJlst, Sneek (bij de Stadswal) en Enkhuizen en drie schepen: een overdekt kajuitschip De Vereniging van 57 ton, dat gebruikt werd als beurtschip van Sneek op Enkhuizen; een dito kajuitschip De Jonge Klaas van 32 ton, dat werd gebruikt als beurtschip van IJlst op Leeuwarden en Enkhuizen; en tot slot een overdekt kofschip De Jonge Pieter van 34 ton.
De totale bezittingen van de familie De Jong werden, samen met de vorderingen, in 1866 geschat op ruim 50.000 gulden. Een van de vier broers, Pieter de Jong Pzn. (1836-1921), woonde aan het einde van de Popmawal in het zogenaamde “doktershûs”. Na het vertrek van dokter T.S. Goïnga in 1965 is dit karakteristieke pand afgebroken.
De familie B. Troelstra liet op deze plek een bungalow bouwen. In de familieaantekeningen lezen we:
“Ze gingen wonen in het huis aan de Geeuw. Uit de zijramen zag men over de Geeuw naar Sneek en aan de voorkant, aan de overzijde, was de houtzaagmolen van Tromp. Het was er mooi wonen en vele gelukkige jaren hebben wij er als kinderen doorgebracht. Rondom het huis was water, zodat we er konden roeien, zeilen en in de winter schaatsenrijden naar hartelust.”
Over het varen met zeilschepen vertelt de schrijver in de aantekeningen:
“Mijn vader Pieter de Jong Pzn. (1836-1921) was zeer ondernemend en actief en hij durfde ook wel risico’s op zich te nemen. Hij was een koene schipper en van blijven liggen met harde wind was geen sprake.”
Het is een keer gebeurd dat deze stoomboot, die was ingericht voor passagiers- en goederenvervoer, de “groate Suup”, genoemd werd naar het geluid van de stoomfluit. De beurtdienst met dit schip startte in februari 1878. Als kapitein werd aangesteld Pieter Gerkes de Jong, een ver familielid, en stuurman werd Jetze Post. Beiden waren getrouwe helpers. Jetze Post heeft de Suup menigmaal door stormen en gevaren in veilige haven geleid. Hij was een op en top zeeman.
Ook Sikke Sybrandy is een uitstekende kapitein geweest. Hij heeft veel bijgedragen aan het welslagen van de beurtdienst.
De Sneek (77 ton) onderhield tot 1911 een geregelde dienst op Amsterdam. Het schip had een vaste ligplaats in de Kolk te Sneek (waar nu Wouda’s Meel is gevestigd). Als bijzonderheid kan nog worden vermeld dat de Sneek geen stuurhut had. De stuurlui stonden dus altijd in weer en wind. Slechts een zelf gespannen stuk zeildoek gaf enige bescherming tegen wind, regen en sneeuwbuien. P. de Jong was van mening dat een stuurhut een “slaaphokje” was.
Anne van der Zee (1870-1948) uit IJlst is ook machinist op de groate Suup geweest en bouwde na zijn pensionering een model van dit fraai gelijnde vaartuig. Hij was een broer van Hans van der Zee die met de Piet Hein tussen lJlst en Sneek voer.

Het is gebouwd door Anne Ulbes van der Zee uit lJlst.
In 1877 verkoop de familie de Jong 11 vastigheden in lJlst, zoals een pakhuis, een woonkamer en een kaaspakhuis. Hierbij is ook de oude hoofdvestiging hoek Popmawal/Galamagracht. De omschrijving van dit pand in de koopakte is als volgt: ‘Eene royale koopmanshuizing met erf en bleek, staande en gelegen bij de Stadsdraaibrug op den besten stand te lJlst. De huizing bestaat uit een ruim voorhuis, voorbovenkamer met alcoof. Waaronder kelder, voorpakhuis, gang, ruime mid ‘elkamer, kantoortje, bergplaats en keuken. Ruime achterbovenkamer, graan en droogzolder en een achterplaats. Bewoond door den heer Claas Pieters de Jong als eigenaar’. ln de verkoopkondities was nog een bijzondere bepaling opgenomen: ‘Den kooper is verplicht den toonbank met winkelbetimmering en een paar jaloezieën voor de middenkamer over te nemen voor ƒ 150,- en het kippenhok voor ƒ 40,-. Koper van dit pand (plus nog vier percelen) is Wybe Jans Brouwer, koopman te Lemmer voor ƒ 726,-. In 1889 wordt dit pand Gereformeerde Kerk.
Verhuizing
In 1891 verkoopt Pieter de Jong Pzn het huis Popmawal 16 plus naastgelegen kantoor en een boerderij (later van Hidde van Benen) aan de arts Fr. Wilhelm Luiking van ƒ 5500,-. In de familie aantekeningen lezen we hierover: ‘Mijn vader had reeds lang het plan om naar Sneek te verhuizen, wat uiteraard beter was voor het bedrijf. Dokter Luiking had zich in lJlst gevestigd als geneesheer en kreeg trouwplannen. Hij kwam bij mijn vader om zijn huis te kopen en verder aan de ene kant het kantoor benedens de boerderij aan de andere kant. Onze gehele familie was hierover niet geestdriftig gestemd want waar zouden we ooit mooier komen te wonen dan in dit huis? Zoals vanzelf spreekt wogen de zakenbelangen het zwaarst en verkochten we onze lJlster bezittingen, ons woonhuis (het doktersûs) en de daaraan grenzende gebouwen.

In juni 1891 verhuisden we. Triest was ons vertrek uit IJlst, onze geboorteplaats waar we zoveel goeds hadden genoten. Het afscheid viel ons allen zwaar. We kwamen in Sneek te wonen aan de Lemmerweg maar wij waren niet erg met dit huis ingenomen. Het was een grote terugslag. Misschien had vader toch meer rekening moeten houden met de wensen van mijn moeder die meestal thuis was en in IJlst altijd genoot van de tuin’.
Hiermee was de feitelijke band tussen de familie De Jong en IJlst verbroken. Ruim 90 jaar hebben deze koopliedenschippers hier gewoond.
Er zijn overigens nog wel enkele tastbare herinneringen in IJlst aan hen overgebleven. In de zijmuur van het vroegere stadhuis en later politieburo (Galamagracht 49) is de eerste steen in 1859 ingemetseld. Hierop vermeld staat P.C. de Jong (1801-1878) als lid van de Raad. Op het IJlster kerkhof liggen nog verschillende grafzerken van de familie De Jong, o.a. Catharina Claazes de Jong 1810 1878 weduwe van den Heer Sjerp R. Post, in leven Koopman Kapitein op Oostindiën; Catharina P. de Jong, 1839-1874, echtgenoot van Abe Jongbloed, en vier kinderen; rustplaats van mej. Baukjen Tammes de Koe, geliefde echtgenoot van P.C. de Jong, 1801-1875; rustplaats van den Heer Pieter Clazes de Jong in leven Koopman en Wethouder, alhier overleden den 25e Juni 1878 in den ouderdom van ruim 77 jaar. Boven de steen van Baukjen en Pieter is een slang afgebeeld die zichzelf in de staart bijt, een zogenaamde ‘Ouroboros’. Het is het teken van de eeuwigheid, geen begin en geen einde. Daarin staat de toepasselijke tekst: ‘De tijd is kort’.
Huidige activiteiten
In 1986 bestond het bedrijf P. de Jong Pzn te Zaandam 150 jaar. Ter ere van dat jubileum is een brochure uitgegeven. Hierin worden de huidige activiteiten als volgt omschreven: Import van zaden uit vele landen, vooral vanuit het Noord-Amerikaanse continent. Export voor een belangrijk deel binnen de Europese Economische Gemeenschap. Van onze zaden komt 80% met binnenschepen via Rotterdam of direct uit het buitenland met coasters naar Zaandam. 10% van de goederen komt per container of vrachtwagen aan en 10% gaat in transito door, nagenoeg alle buitenlandse verzendingen gaan per vrachtauto en container. Onze binnenlandse afnemers leveren wij met eigen vrachtwagens. Mengen en (klein)verpakken van zaden. Groothandel in vogelzaden en kleinhuisdiervoeders met een assortiment van circa 1000 artikelen. Opslag in eigen douane-entrepot van zowel losse als verpakte goederen. Productie en verpakking van ontschaald mosterdzaad en spijsolie, waaronder als specialiteit mosterdolie. In 1986 was een van de directeuren nog een echte ‘De Jong’, namelijk de heer P. de Jong Pzn. zijn afdeling was toen de verkoop van vogelzaden, vooral in de EEG.
Frits Boschma.
Stamboom/tijdlijn:
Claas Pytters geboren 1700 overleden in ??
Getrouwd in 1731 met Aaltje Lubbers.
Pieter Clazes (zoon van Claas Pytters en Aaltje Lubbers).
Getrouwd in 1770 met Sjoerdje Lieuwes.
Claas Pytters geboren 1772 overleden in 1837. (zoon van Pieter Clazes en Sjoerdje Lieuwes).
Getrouwd in 1795 met Yttje Lieuwkes.
3 kinderen, Pieter, Sjoerdje en Catarina.
Pieter Clazes de Jong geboren in ?? overleden in 1878. (zoon van Claas Pytters en Yttje Lieuwkes).
Getrouwd in 1822 met Boukjen Tames de Koe.
8 kinderen.
De vier broers waren:
Claas, geboren 1824;
Tamme, geboren 1826;
Cornelis, geboren 1830;
Pieter Pzn, geboren 1836.
Pieter Pzn. de Jong geboren in 1836 overleden in 1921 (zoon van Pieter Clazes de Jong en Boukjes Tames de Koe.
Getrouwd in ?? met ??
Wetenwaardigheden:
In 1810 verkoopt De Jong het veerschip van lJlst op Amsterdam. In de akte opgemaakt door de lJlster notaris W. Tj. van der Leij lezen we: ‘Kl. P. de Jong, koopman te lJlst heeft verkocht aan Jan Wybes Bootsma het op de werf van Eeltje Teadzes Holtrop scheepstimmerbaas alhier nieuw gemaakte schip lang 64 scheepsvoeten (ongeveer
18 meter. En bovendien de gerechte helft van het Octrooy (is alleenrecht) van lJlst op Amsterdam vice- versa. Dit alles voor de som van 6000 Caroly guldens’.
Dit octrooi werd op 31 maart 1799 verleend door de lJlsterstadsregering.
ln 1811 verkoopt Klaas de Jong aan een zekere Pieter Pieters een tjalk scheepje van 12 meter lengte voor 249 Caroly guldens.





